Uitstapjes genoeg, maar steeds komt advocaat Julien Luscuere terug bij de individuele belangenbehartiging: cliënten bijstaan, heel vaak arbeidsmigranten. In de moeilijke wereld van de sociale advocatuur voelt hij zich thuis. ‘Ik proef wel dedain voor ons vak.’
© Michel Knapen
Een kantoorgebouw in de steigers. Het beeld begint onderaan, de camera gaat omhoog en beweegt zich over een etage waarop bouwvakkers leidingen leggen en beton storten. De zijkant van het gebouw komt in beeld, de achterkant – alles gefilmd met een drone. Aan de knoppen zit, veilig op de grond, Julien Luscuere. Een advocaat die niet in het bouwrecht zit, zoals de beelden mogelijk suggereren.
Wel in het migratierecht. Dit is dan ook niet zomaar een bouwtoren die hij filmt. Hier werkt een cliënt, een groot Turks-Roemeens bouwbedrijf dat arbeids- en kennismigranten in dienst heeft.
Luscuere doet de juridische afwikkeling daarvan. Hij treft zijn cliënten liever op locatie (zoals een bouwplaats), want dat geeft hem betere informatie over hoe hij visa en werkvergunningen kan regelen. De dronevideo is uiteindelijk een cadeautje voor deze cliënt.
Zijn Rotterdamse kantoor Luscuere Wernsing Advocaten (drie advocaten) is ‘gemengd’: toevoegingen én betaalde
opdrachten. Cliënten zijn werkgevers die te maken hebben met expats, kennis-, arbeids- en andere migranten, en werknemers die een verblijfsvergunning nodig hebben of familie willen laten overkomen. Dit soort klussen heeft het kantoor gedaan voor meer dan 165 nationaliteiten.
Deels bevindt Luscuere zich in de sociale advocatuur en graag wil hij de vooroordelen wegnemen die rond zijn werk kleven, zegt hij. De sociale advocatuur is ruim 25 jaar zijn forte. Hij doet dit niet alleen vanuit morele principes. ‘Ook vanuit de notie dat je alleen een sterke samenleving en een sterke economie kunt bouwen als die niet van oneerlijkheid uit elkaar vallen. Dat is ook in het belang van mensen die wat rechtser in het politieke spectrum staan.’
Persoonlijke communicatie
Sociale advocatuur heeft ook een ander imago: dat zaken niet zo ingewikkeld zijn. Een huurkwestie is toch wat anders dan het ‘echte’ werk, zoals omvangrijke fusies en overnames waar de Zuidas in grossiert. Het is het type werk waarvan de politiek zegt: als de grote kantoren nou eens tien procent van hun zaken op toevoegingsbasis doen, dan is het probleem van de sociale advocatuur opgelost.
Dáár kan Luscuere goed kwaad om worden. ‘Ik doe beide en weet dus dat werken als sociaal advocaat een totaal andere dynamiek kent. In Den Haag denken ze: je bent jurist en hebt dus hetzelfde gereedschap. Heel storend, die beeldvorming. Negentig procent van mijn werk is communicatie. Praat je met een arbeidsmigrant, dan heb je een totaal andere toolkit nodig dan als je praat met iemand op HR-niveau die verantwoording moet afleggen aan de directie. Heb je als advocatenkantoor alleen maar het MKB of het grootbedrijf als cliënt gehad, dan gaat het je niet lukken om toevoegingsklanten met dezelfde instelling en kwaliteit bij te staan.’
Als een cliënt tegen een sociaal advocaat zegt dat hij zijn mail niet goed begrijpt, dan snapt die: dit is een codewoord voor laaggeletterdheid. ‘Een commercieel advocaat gaat die mail nog eens voorlezen, maar mist dat dit de cliënt structureel niet verder helpt. Persoonlijke communicatie is nodig om in te schatten wat er is gebeurd. Doe je dat in het begin intensief en uitnodigend, dan gaat de zaak daarna zo veel makkelijker en zie je je client echt groeien.’ Daarom zie je Luscuere op bouwplaatsen of bij de daklozenopvang in de Pauluskerk – tot vorige zomer de directe buurman van Luscueres vorige kantoor. Maar ook ontvangt hij cliënten in zijn eigen kantoor: zo ingericht dat ‘iedereen’ er zich thuis voelt. Geen glazen paleis, wel naoorlogse bouw die begint op te raken en over enkele jaren tegen de vlakte gaat.
De Haagse instelling stoort hem ook om een andere reden: er gaat een soort dedain vanuit. ‘De sociaal advocaat moet worden gekoppeld aan een advocaat van een groot kantoor, alsof de grote broer op zijn knieën gaat om dat kleine ventje of meisje te helpen. Ik zeg dan – sorry voor het woordgebruik – fuck you!, weet je wel hoe ingewikkeld ons werk is? Ga maar eens het gesprek aan met cliënten over hun armoede, laaggeletterdheid, opleidingsachterstanden en cultuurverschillen. Of met mensen die bang zijn hun verblijfsvergunning te verliezen en daarom niet klagen als ze worden onderbetaald. Gelukkig kan iedere advocaat dit vak leren. Ik zeg: dóé dat dan ook, het is ontzettend mooi als je iemand in de penarie helpt naar herstel en groei.’
Te ‘aktivisties’
Het was de Amerikaanse tv-serie LA Law die Luscuere eind jaren tachtig richting rechtenstudie voerde. Machtig mooi vond hij dat werk op advocatenkantoren, binnen één aflevering werd de zaak opgelost met een sprankelend pleidooi. Op de universiteit volgt hij vooral avondcolleges, om de massaliteit te ontlopen – een beslissend moment in zijn leven, zegt hij. Tijdens zo’n avondcollege staat er een informatiekraam van de rechtswinkel. Het tweede deel van het college laat hij schieten, hij meldt zich aan en werkt vervolgens zijn gehele studie als vrijwilliger bij de rechtswinkel, twintig, dertig uur per week. Huurrecht, arbeidsrecht, jeugdrecht, sociale zekerheid, consumentenrecht, alles passeert de revue en legt bij Luscuere de basis als sociaal advocaat.Na zijn studie wil hij dit voortzetten bij het Advokatenkollektief Rotterdam, maar wordt niet aangenomen. Ze vinden Luscuere te idealistisch, ‘te aktivisties’, ze willen vooral praktische dienstverleners. Na gewerkt te hebben als docent op hbo’s en als beleidsmedewerker bij de Haagse overheid vindt hij alsnog een baan in de sociale advocatuur, ook omdat hij zichzelf inmiddels omschrijft als een ‘luie activist’ die urgentie van problemen bij de mensen zelf moet zien voordat hij in beweging komt. En ‘te eigenwijs’ om als advocaat in loondienst te functioneren: in 2005 begint hij voor zichzelf, binnen een kostenmaatschap. Dat vindt hij voor een sociaal kantoor dé ideale vorm: contacten met collega’s, ideeën uitwisselen, kritiek organiseren. Wat hem zelf die goeie sociaal advocaat maakt, vindt hij: de interesse om in korte tijd echt een band op te bouwen met mensen, zodat je inzicht krijgt in hun angsten en dromen. In Rotterdam zijn dat vooral arbeidsmigranten.Dat hij in die hoek terechtkwam, is wel weer een toevalligheid. In 2000 begint Luscuere bij Advocatenkollektief Vreewijk. Een ervaren collega zit met een burn-out thuis, of Luscuere wat zaken – gezinshereniging, intrekking van verblijfsvergunningen, naturalisaties – wil overnemen. Die zaken fascineren hem zo dat hij na een paar jaar het familierecht volledig inruilt voor het vreemdelingenrecht. ‘Binnen het arbeidsmigratierecht vind je altijd wel ergens een slijptol, boormachine of zaag die je kunt gebruiken om iets te forceren. Tegen cliënten zeg ik vaak: het is niet een kwestie of het gaat lukken, maar wanneer.’ Dat levert geen topsalaris op (‘ik hoef geen tweede huis of dikke auto’), maar een inkomen vergelijkbaar met dat van een overheidsjurist of rechter. ‘Als je het goed organiseert, hoef je als sociaal advocaat heus niet op een houtje te bijten. Te vaak beginnen jonge sociaal advocaten voor zichzelf. Eigen toko, brede praktijk. Je bent de beste vriend van jezelf en je geeft jezelf steeds gelijk. Maar zo erodeert de jurist in je. Richt je op een klein deelgebied en wordt daar steengoed in’, luidt zijn advies.
U noemt uzelf op LinkedIn ook ‘legal innovator’ en ‘changemaker’. Wat bedoelt u daarmee?
‘Als ik het zo hoor klinkt het wel pretentieus. Het is in elk geval mijn ambitie sinds de afgelopen vijf jaar. Misstanden blootleggen, precedenten creëren. Eventueel met collectieve acties, als het de zaak zelf maar overstijgt. Zo heb ik regelmatig met de IND contact over zaaksoverstijgende kwesties, dat had ik ook al toen ik voorzitter was van de specialistenvereniging voor migratierechtadvocaten. Overheidsinstellingen hebben een aangeboren vooringenomen-
heid, ze houden informatie van burgers af en pakken door zonder echt te luisteren omdat dit anders hun overzicht en de interne processen verstoort. Dat zie je veel in het migratierecht. Maar met de IND, toch mijn natuurlijke tegenstander, heb ik tegenwoordig een echte dialoog. In het vreemdelingenrecht worden de belangen vaak gepolariseerd, maar je kunt beter zoeken waar voor beide kanten de winst ligt. Als ‘changemaker’
probeer ik te komen tot een paradigmashift. Mensen moeten niet te lang gevangen blijven in hun eigen gelijk. Het is
beter om samen op te trekken, zeker waar je hetzelfde wilt bevorderen, zoals het welzijn van arbeidsmigranten. Maar dat vergt wel veel aandacht en tijd: contact zoeken met ambtenaren, hoogleraren en maatschappelijke instellingen,
en ook notities schrijven en subsidies aanvragen. Maar anders dan met een enkele zaak levert dit een veel hoger rendement op.’
Dat is niet uw natuurlijke werk als advocaat.
‘Klopt, maar iemand moet het doen, en ik was daar na twintig jaar pleisters plakken en spoedoperaties ook wel aan toe. En het is fijn dat docenten, sociaal raadslieden en maatschappelijk werkers met algemene vragen je weten te vinden en je hen pro deo heel snel verder kunt helpen. Maar uiteraard moet er balans zijn in de opbrengsten, dus met evenveel plezier geef ik advies en begeleiding aan bedrijven en instellingen.’
Juridische gereedschapskist
Bij Luscuere staat de mens achter de cliënt centraal, altijd. ‘Ik begeleid regelmatig zorginstellingen die verpleegkundigen uit Azië halen om tekorten in onze zorg op te lossen. Juridisch lastig, maar wel te doen en de werkgever is er blij mee. Maar míjn vraag is dan óók: wie zijn de mensen achter deze functies? Sommigen willen hier een paar jaar werken en gaan dan terug. Anderen hadden een verschrikkelijke tijd in hun herkomstland en willen per se weg, waarnaartoe maakt niet uit. Weer anderen hebben niets met de zorg, maar weten wel dat ze daardoor makkelijk een baan vinden. Als je dat vooraf niet goed in kaart brengt, en daar geen oog voor hebt als ze in Workum ouderen verzorgen, kan die inzet heel teleurstellend uitpakken, wat er ook in je juridische gereedschapskist zit.’
Dan zijn er zorgmedewerkers hier die nuttig werk kunnen doen, en komt u met die vragen. Een beetje de party pooper, de jurist die de psycholoog wil uithangen?
‘Ik snap die vraag. Maar de meesten waarderen wel hoe wij de brede ervaring van andere cliënten delen. Je probeert elke klant mee te nemen, ook door te vragen: waarom doe je iets? We behoeden ze voor een hoop turbulentie door trajecten goed voor te bereiden. We houden nadrukkelijk rekening met de menselijke kant achter arbeidsmigratie. Op de lange duur levert die benadering veel meer op. Als je dit soort kwesties puur juridisch bekijkt – checklist aflopen, formulieren invullen, voorwaarden afvinken – dan blijft het tweedimensionaal en zou ik mijn werk helemaal niet leuk vinden. Dat zou je met ChatGPT ook kunnen. Dit is niet voor niets sterk ontwikkeld in de sociale advocatuur: de gerichtheid op de menselijke factor.’
Hollywoodmoment
Zo gaat hij ook met cliënten naar een zitting. ‘Voor hen voelt dat toch als het moment van de waarheid. Er hangt zoveel vanaf. Dus moet je hen goed voorbereiden, ook dat ze weten dat ze aan het eind van de zitting nog iets kunnen toelichten. Dat heb ik bij anderen vaak de mist in zien gaan. De een kijkt als een konijn in de koplampen, de ander gaat huilen, een derde doet boos op de IND. Ik zoek met cliënten naar hun Hollywoodmoment: hoe bouw je jóúw verhaal op en geef je de rechter net dat extra zetje naar een goede uitkomst? Als je je cliënt later complimenteert over zijn inzet, zie je hem helemaal groeien. Ook zij zijn onderdeel van het succes.’
Welk Hollywoodmoment heeft uzelf richting de Raad voor Rechtsbijstand?
‘De Raad heeft mede als taak goed uit te leggen hoe de gefinancierde rechtsbijstand werkt en voor wie die werkt. De teksten op hun website staan op havoniveau, Nederlands vol jargon, zonder enige vertaling, zelfs niet in het Engels. Veel te ambtelijke taal voor mensen die in aanmerking komen voor een pro deo-advocaat. Mijn hele professionele leven moet ik aan buitenlandse cliënten uitleggen dat zij daar óók een beroep op kunnen doen. Niet de Nederlandse nationaliteit? Geen verblijfsvergunning? Je bent hier pas kort? Maakt allemaal niet uit. Ik heb meerdere keren bij de Raad voor Rechtsbijstand aangekaart dat ze dit verhaal in meerdere talen op hun website zetten. Acht jaar geleden al. Maar niks. Daarom heb ik zelf een infographic gemaakt om het cliënten uit te leggen, in twaalf talen, inclusief het plat Rotterdams en het Maastreechs.’
Waarom doet de Raad dit niet? Zit daar iets achter?
‘Dat vraag ik me ook af. Gefinancierde rechtsbijstand wordt kennelijk aangeboden als een Nederlands privilege. Het maakt me ziedend als ik merk dat gedupeerde arbeidsmigranten geen advocaat willen inschakelen, omdat ze bang zijn dat dit veel geld kost. Of erger: ze denken dat de gesubsidieerde advocaat met de overheid samenwerkt en ze extra in de problemen brengt. Maar hoe moeilijk is het tegenwoordig een tekst te maken in simpel Nederlands en daarna in meerdere talen? Voor een nieuwe huisstijl had de Raad wel geld.’
Opvallend: u bood in uw kantoor een tijd onderdak aan de Rechtswinkel en aan ONSbank.
‘ONSbank richt zich op schuldhulpverlening, maar met een groepsgerichte aanpak. Ze houden creatieve sessies – posters maken, spoken word en andere theatervormen – maar boksen kan ook. Bedoeling is dat jongeren weer een beetje lol en zelfvertrouwen krijgen nu ze in de financiële shit zitten en moeilijk ingang hebben bij de reguliere schuldhulpverlening – daar werken ze met wachtlijsten. ONSbank heeft ook een netwerk van schuldhulpcoaches, mensen uit de deurwaarderij, grote bedrijven of van banken. Dat dit stukje ‘Zuidas’ zich ook wil inzetten voor die jongeren was voor mij een prachtige verrassing. En misschien ook weer niet: iedereen haalt uit de begeleiding van deze overleveraars veel energie.’
Cirkel rond
Voor de Rechtswinkel had de Rotterdamse campus een paar jaar geen plaats en Luscuere’s kantoor had toevallig een kamer over. Het maakte voor hem ook de cirkel rond. ‘Maar ik vond het moeilijk te zien dat de huidige studenten veel minder tijd kunnen of willen stoppen in de rechtshulpverlening. Ook de motieven zijn uit elkaar gaan lopen. ommigen toonden nauwelijks belangstelling en kwamen alleen om hun cv op te poetsen, voor anderen is de Rechtswinkel vooral een alternatieve studentenvereniging in plaats van een plek waar je voor de cliënten écht iets kunt betekenen. De meesten stromen na hun studie door naar de zakelijke dienstverlening. Dat is niet alleen de tijdgeest, maar ook het resultaat van de scholing: de Erasmus Universiteit bekommerde zich lange tijd te weinig om de rechten van zwakkeren in de samenleving, de huurders, uitkeringsgerechtigden, vreemdelingen en consumenten. Men richtte zich enkel en alleen op het faciliteren van ondernemingen. Die man daar – Luscuere wijst naar het standbeeld van Erasmus op het plein achter zijn kantoor – draaide zich om in zijn graf.’Ook als studenten wel doorstromen naar de sociale advocatuur is dat geen garantie dat zij daar blijven. De kosten zijn voor de kleine sociale kantoren, de opbrengsten voor de glazen paleizen, zegt Luscuere. ‘Kleine kantoren mogen blij zijn als ze drie jaar blijven. Het eerste jaar investeer je in een advocaat, wat tegenwoordig kan oplopen tot vijftigduizend euro, in het tweede jaar speel je misschien break even, in het derde jaar verdien je mogelijk wat terug. Het is ook niet erg áls iemand vertrekt, want ik ben zelf ook een paar keer gewisseld van kantoor, maar ik hoop wel dat hij of zij in de sociale advocatuur blijft. Dan komt die investering elders tenminste nog goed terecht: bij cliënten die dat het hardst nodig hebben.’
Wie is Julien Luscuere?
Julien Luscuere (1971, Berkel en Rodenrijs) studeerde rechten in Leiden (propedeuse) en aan de Erasmus Universiteit (doctoraal). Gedurende zijn studententijd (1990-1996) was hij vrijwilliger bij de Rotterdamse rechtswinkel. Na zijn studie was hij tweeënhalf jaar beleidsmedewerker ICT-recht bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Daarna werd hij advocaat, bij verschillende kantoren. Op dit moment is hij partner bij Luscuere Wernsing Advocaten in Rotterdam. Hij was bijna zeven jaar secretaris van de Stichting Migratierecht Nederland en ruim negen jaar bestuurslid, waarvan drie jaar voorzitter, van de SVMA, de specialistenvereniging migratierechtadvocaten. In zijn vrije tijd houdt Julien Luscuere zich bezig met bakken, fotografie, videografie (ook met drones) en het repareren van kapotte apparaten. Het waarderen van de kunsten heeft hij geleerd van zijn vrouw die galeriehouder en kunstenaar is. Samen hebben ze drie kinderen.
Gepubliceerd in: Mr. 2, april 2026.